Raoul Van Den Heede

    fout

    °Gent, 7.11.1924

    PORTRET

    olie op doek, 105 x 74 1979

    De toeschouwer kijkt naar het portret van een schraal figuurtje met baard en verwarde haren, Het mannetje draagt een wit hemd met wijde mouwen dat scherp contrasteert met de heftig-rode achtergrond waartegen het is afgebeeld.

    Het is de hulpeloze, meelijwekkende <OG van de figuur die vooreerst alle aandacht voor zich opeist, de stevige neus, de opeengeperste lippen en vooral de ogen, het linkse, een zwart, dood gat, en het eindeloos-droeve glazige rechteroog dat in het ijle wegstaart.

    Daarna dwaalt de blik van de toeschouwer af naar het sobere, krachtig-geschilderde bovenlichaam, dat uit drie zwierige, gespannen booglijnen is opgebouwd.
    R. Van den Heede schildert met driftige, impressionistische vegen, die aan bepaalde zelfportretten van Vincent Van Gogh herinneren. Deze techniek, samen met het doordachte kleurengebruik, verleent aan dit portret zijn sprankelende vitaliteit en zijn sterke ritmiek — ondanks het statische gegeven. Uiteindelijk wordt de toeschouwer gegrepen door de heftige emotie die zich uit dit portret losmaakt en hem niet meer loslaat…

    fout

    PORTRET

    Ogen als de kleine zwarte bijen van Athene Spotziek jongenshart

    En een wereld van vertedering

    Zonbeschenen gouden weide

    Als hij lacht

    Mond als een gehavend stukje doek

    Bij ’t naderen van de grauwe morgen dikwijls Scheef geplakt

    Als in een futuristisch schilderij

    Van Picasso

    Zachte haren — fijne zwarte zijde Uit Japan

    Tenger lichaam, kleine handen Die de jaren wijzer maakten Dan ik soms wensen kon.

    Wanda Koopman

    Uit: Proeve van Strategie, 1933